Een gehaakte sterren-slinger geeft meteen sfeer: boven de commode, langs een plank, in het raam of als subtiele feestdecoratie. In dit patroon haak je stevige sterren met vijf punten, die je daarna aan een koord rijgt. Wil je eerst even bekijken wat je gaat maken of later makkelijk terugvinden? Bewaar dan deze pagina over een gehaakte sterrenslinger bij je projecten.
Moeilijkheidsgraad
Gevorderde beginner. Je werkt in het rond met een magische ring en maakt punten door stokjes op te bouwen en weer af te bouwen (minderen). Als je al basissteken beheerst en netjes kunt tellen/plaatsen, is dit heel goed te doen. You may also find Eikel Slinger Haken Gezellige Herfstdecoratie Herfstdecoratie useful.
Materialen
- Crème DK garen
- Mosterdgeel DK garen
- Haaknaald 3,5 mm
- Touw of koord (om de slinger aan te rijgen)
- Stopnaald
Afkortingen
- l – losse
- hv – halve vaste
- mr – magische ring
- st – stokje
- stk – steek/steken
Speciale steken
Magische ring (mr)
Maak een lus van het garen om je vingers, steek je haaknaald onder de draad door, haal een lus op en haak 1 losse om de ring “vast” te zetten. Vervolgens haak je de steken in de ring (om de lus heen). Trek aan het losse draadje om de ring dicht te sluiten.
Meerderen met stokjes (opbouwen)
“Meerdere stokjes in dezelfde insteekplaats” betekent: je steekt steeds in exact dezelfde plek (dezelfde steek of ruimte) en haakt daar meerdere stokjes achter elkaar in. Zo wordt het werk breder en bouw je hoogte/volume op voor de punt.
Minderen met stokjes (afbouwen)
Een gebruikelijke manier om met stokjes te minderen is een 2-samengehaakt stokje:
- Sla om, steek in de aangegeven steek/ruimte, haal een lus op, sla om en haal door 2 lussen (je hebt nu 2 lussen op de naald).
- Sla om, steek in de volgende aangegeven steek/ruimte, haal een lus op, sla om en haal door 2 lussen (je hebt nu 3 lussen op de naald).
- Sla om en haal door alle 3 lussen.
Hiermee laat je 2 stokjes “samenkomen” tot 1 mindering, zodat je punt weer smaller wordt.
Let op: het bronpatroon geeft niet aan hoeveel minderingen of hoeveel stokjes je precies nodig hebt per punt. In de instructies hieronder werk je daarom met een duidelijke opbouw (breder maken), een top (scherp puntje) en een afbouw (smaller maken), waarbij je vooral symmetrie en een mooi vijfpuntig silhouet bewaakt.
Proeflapje
Er is geen proeflapje opgegeven en voor een slinger is exacte stekenverhouding meestal niet kritisch. Houd je spanning wel constant, zodat alle sterren ongeveer dezelfde maat krijgen en je slinger rustig oogt.
Afmetingen
Er zijn geen exacte afmetingen opgegeven. Je kunt de ster groter of kleiner maken door:
- een iets dikkere of dunnere DK te kiezen, of
- een haaknaaldje groter/kleiner te gebruiken, of
- je punten iets “hoger” te maken (meer opbouwen) of juist compacter (minder opbouwen).
Patroonnotities
- Je haakt de ster in het rond, beginnend met een magische ring.
- Het midden vormt een stevige basis met vijf aanhechtingsplekken (segmenten) waar je later de vijf punten op maakt.
- Elke punt bestaat uit drie delen en wordt 5× herhaald rondom:
- Opbouwen: toenemende stokjes in dezelfde insteekplaats/ruimte
- Top: het puntje scherper maken
- Afbouwen: minderen met stokjes om terug naar beneden te gaan
- Je sluit aan het eind netjes met een halve vaste en werkt draden weg met een stopnaald.
- Je kunt crème en mosterdgeel gebruiken als:
- afwisselende sterren voor een speels effect, of
- één kleur per slinger (rustig), of
- (optioneel) kleurwissel per ster; het patroon schrijft geen kleurwissels in de toeren voor, dus kies wat je mooi vindt.
Haakinstructies
Deel 1 – Het midden (basis in een magische ring)
Stap A – Midden starten (mr)
- Maak een mr. Haak 1 losse om de ring te fixeren.
- Haak een kleine, stevige basis van stokjes in de ring.
- Doel: je wilt het midden stevig vullen en daarbij vijf duidelijke aanhechtingsplekken kunnen herkennen/verdelen voor de punten.
- Praktisch werken: haak meerdere stokjes in de ring en verdeel je werk visueel in 5 gelijke “segmenten”. Dit kunnen vijf groepjes zijn, of vijf duidelijk herkenbare insteekmomenten/ruimtes waar je straks een punt op start.
- Trek de ring stevig dicht zodat er geen gat in het midden zichtbaar blijft.
- Sluit met 1 hv zodat je verder kunt werken rondom (je bent terug bij het begin van je middenbasis).
Visuele check: Je hebt nu een compact rond midden zonder opening. Je kunt rondom vijf plekken aanwijzen waar je straks telkens één punt gaat opbouwen.
Tip om die vijf plekken echt goed te zien: plaats (als je die hebt) een steekmarkeerder in elke 5e “aanhechtingsplek”. Heb je geen markeerders, gebruik kleine draadjes in een contrasterende kleur.
Deel 2 – De vijf punten maken (herhaal rondom)
Elke punt haak je op één van de vijf aanhechtingsplekken van je midden. Je herhaalt de punt-werkwijze 5×, gelijkmatig verdeeld.
Stap B – Punt vormen (werk dit 5× rondom)
B1 – Opbouwen (toenemende stokjes)
- Hecht aan bij het volgende segment/ruimte van het midden (dus op de volgende aanhechtingsplek die je had verdeeld).
- Haak 1–2 lossen om op hoogte te komen.
- Haak je strak? Dan zijn 2 lossen vaak fijner.
- Haak je losser? Dan kan 1 losse volstaan.
(Het bronmateriaal geeft niet aan of deze lossen meetellen als steek; werk vooral netjes en consistent per punt.)
- Haak meerdere stokjes in dezelfde insteekplaats.
- Steek telkens in dezelfde plek (de aanhechtingsplek) en maak achter elkaar stokjes.
- Dit “waaiert” uit en vormt de basisbreedte van de punt.
Visuele check: Er ontstaat een uitwaaierende beginvorm: de punt begint breed vanuit het midden te groeien.
B2 – De top (het puntje)
- Wanneer je punt de gewenste hoogte heeft (dus je punt steekt duidelijk uit t.o.v. het midden), maak je het puntje scherper.
- Dat doe je door je laatste steek(ken) zo te plaatsen dat je echt naar één top toewerkt, bijvoorbeeld door:
- je laatste stokje(s) dichter bij elkaar te laten “samenkomen”, en/of
- over te gaan naar een mindering (zie B3) zodat je geen platte bovenkant krijgt.
Visuele check: Bovenaan zie je een duidelijke top in plaats van een afgeronde rand.
B3 – Afbouwen (afnemende stokjes)
- Werk terug naar beneden door minderingen met stokjes te maken.
- Maak 2-samengehaakte stokjes (zoals uitgelegd bij “minderen met stokjes”) zodat je punt weer smaller wordt en netjes terug aansluit richting het midden.
- Eindig de punt zó dat je weer logisch uitkomt bij de rand van het midden, klaar om door te schuiven naar het volgende segment.
Visuele check: De punt loopt weer taps toe en sluit aan zonder rimpelen of een gat.
Volgende punten (herhaling)
- Ga naar de volgende aanhechtingsplek/het volgende segment van je midden.
- Herhaal B1 t/m B3 tot je in totaal 5 punten hebt.
Belangrijk voor een mooie ster: probeer elke punt even breed te starten (zelfde “meerdere stokjes in dezelfde insteekplaats”) en op ongeveer dezelfde hoogte je top te vormen. Consistentie is hier belangrijker dan exacte aantallen.
Deel 3 – Sluiten en afhechten
Stap C – Laatste toer sluiten en afhechten
- Wanneer de vijfde punt af is, sluit je de laatste punt netjes aan op het begin met 1 hv.
- Knip de draad af (laat een staart om af te hechten) en haal de draad door de lus om af te werken.
3

