Een klaproos is zo’n bloem die meteen “zomer” zegt: felrood, een donker hart en net wat speelsheid in de bloemblaadjes. In dit patroon haak je eerst de bloem als los motief en werk je die daarna af door de blaadjes te vormen en vast te naaien, zodat je een mooie gewelfde klaproos krijgt die je op een granny square (of elk ander project) kunt appliceren. Als je graag het complete project met foto’s en extra context erbij pakt, kijk dan ook naar het bijbehorende klaproos granny square patroonoverzicht.
Moeilijkheidsgraad
Gemiddeld. Je gebruikt een magische ring, je werkt met kleurwissels en je vormt de bloem vooral door opbouwen en naaien (bloemblaadjes laten overlappen, midden vastzetten). De haaksteken zelf zijn toegankelijk, maar netheid en assemblage vragen wat precisie. You may also find Herfstblad Granny Square Haken Warme Herfsttinten useful.
Materialen
- DK garen in crème (achtergrond/contrast)
- DK garen in rood (bloemblaadjes)
- DK garen in zwart (midden)
- Klein beetje groen (optioneel steeltje/accent)
- 4 mm haaknaald
- Stopnaald (aanhechten en draadjes wegwerken)
Afkortingen
- l – losse
- hv – halve vaste
- v – vaste
- stk – steek/steken
Speciale steken
Magische ring
Maak een lus met het garen (met de losse draad over de werkdraad), steek de haak onder de lus door, haal de werkdraad op en haak 1 l om de ring te “vergrendelen”. Je haakt vervolgens je steken om de ring heen. Trek na afloop aan de losse draad om het midden te sluiten.
Lussensteek (aanhechten met een lus)
Deze term wordt vaak gebruikt voor het aanhechten van een nieuwe kleur met een lus op de haak:
- Maak met de nieuwe kleur een lusje.
- Steek je haak in de aangegeven steek/plek, haal het lusje door en trek aan zodat het aansluit.
- Haak eventueel 1 l om te starten, afhankelijk van de volgende steek (bij vasten vaak niet nodig, maar het kan helpen om spanning te regelen).
Proeflapje
Er is geen proeflapje (gauge) opgegeven. Voor een motief zoals dit is gelijke draadspanning belangrijker dan exacte maat. Probeer vooral bij kleurwissels en bij het vormen van de blaadjes consequent te haken.
Afmetingen
Er zijn geen exacte afmetingen opgegeven. De uiteindelijke grootte hangt af van je draadspanning, je DK-garen en je 4 mm haaknaald, én van hoeveel bloemblaadjes je maakt (4 of 5). Wil je groter: haak iets losser of gebruik een iets dikkere naald; wil je kleiner: haak iets strakker of kies een kleinere naald.
Patroonnotities
- De bloem wordt als los motief in delen gemaakt: eerst een stevig basisrondje, dan bloemblaadjes, daarna het zwarte midden, en tot slot (optioneel) groen accent.
- Het patroon noemt 4–5 bloemblaadjes. Dat betekent: je kunt kiezen voor 4 (rustiger, grafischer) of 5 (voller, natuurlijker).
- De “gewelfde” vorm ontstaat niet alleen door het haken, maar vooral door overlap en vastnaaien van de blaadjes.
- Steektellingen en exacte steekverhoudingen per toer zijn niet volledig gespecificeerd in de bron. Waar aantallen ontbreken, krijg je een duidelijke methode om consistent te werken zonder cijfers te verzinnen.
Haakinstructies
Deel 1 – Stevig basisrondje (ondergrond)
Dit rondje vormt de stevige kern waarop je later bloemblaadjes en het zwarte hart vastzet. Werk in crème (of desgewenst rood; crème is handig als neutrale basis onder de bloem).
Toer 1 (magische ring + vasten)
- Maak een magische ring.
- Haak in de ring een rondje van vasten: steek de haak in de ring, haal draad op, sla om en haal door beide lussen (1 v).
- Ga door met vasten haken om de ring totdat je een stevig, dicht rondje hebt dat niet “open gaapt”.
- Trek aan de losse draad van de magische ring om het midden te sluiten.
- Sluit de toer door met een hv te sluiten in de eerste v van de toer (of sluit later bij het vastnaaien; sluiten met hv geeft een net rondje).
Visuele check: je hebt nu een kleine, stevige cirkel zonder zichtbaar gat in het midden.
Let op: het exacte aantal vasten is niet opgegeven. Richt je op stevigheid: het rondje moet genoeg steken hebben om plat te liggen, maar niet zo veel dat het gaat golven.
Hecht af en laat een draad over om later eventueel te kunnen vastnaaien (of werk meteen weg als je de bloem apart gaat monteren).
Deel 2 – Bloemblaadjes (rood) met gewelfde vorm
De bron geeft aan: “Haak 4–5 bloemblaadjes door een magische ring en zorg dat ze gewelfd zijn.” Omdat de exacte steekopbouw per blaadje niet is gespecificeerd, werk je hier met een consistent blaadje-principe: elk bloemblaadje haak je als een apart, klein blaadje dat je later vormt door overlap.
Voorbereiding
- Kies: 4 bloemblaadjes (grotere, duidelijke blaadjes) of 5 bloemblaadjes (voller en wat natuurlijker).
- Werk in rood.
- Je kunt elk blaadje:
- óf aan een nieuwe magische ring haken (elk blaadje los, later rangschikken),
- óf allemaal aan dezelfde magische ring haken (sneller, maar minder vrijheid in positioneren).
Omdat je ze volgens stap 4 toch gaat overlappen en aan elkaar naaien, is los haken per blaadje vaak het makkelijkst om de gewelfde look te krijgen.
Bloemblaadje (maak dit 4× of 5×)
- Maak een magische ring.
- Haak in de ring een klein “blad” dat vanzelf wat volume krijgt. Werk rustig en houd je spanning gelijk, zodat alle blaadjes dezelfde grootte krijgen.
- Trek de ring dicht zodat de basis van het blaadje mooi sluit.
- Hecht af en laat een lange draad voor het vastnaaien.
Hoe krijg je een gewelfd (bol) blaadje?
- Haak niet té los; een iets vaster gehaakt blaadje houdt beter vorm.
- Bij het vastnaaien (deel 4) leg je de blaadjes deels over elkaar. Daardoor ontstaan hoogte en schaduw, en lijkt de bloem natuurlijker.
Visuele check: je hebt 4 of 5 rode blaadjes die aan de onderkant samenkomen en aan de bovenkant een duidelijke, ronde rand hebben. Ze hoeven nog geen perfecte “klaproosvorm” te hebben; die maak je in de assemblage.
Deel 3 – Zwart midden (hart)
Het zwarte midden komt “bovenop” en wordt vastgenaaid. Dit werkt het mooist als je een klein, duidelijk rondje maakt.
Toer 1 (aanhechten met lussensteek + rondje)
- Maak met zwart een lusje op de haak (lussensteek om aan te hechten).
- Haak een klein, compact middendeel in het rond (bijvoorbeeld via een magische ring met vasten, net als bij het basisrondje), zodat je een stevig schijfje krijgt.
- Sluit met een hv in de eerste steek als je in toeren werkt.
- Hecht af met een lange draad om het midden vast te naaien.
Visuele check: het zwarte deel is kleiner dan de rode bloemblaadjes en bedekt straks de naadaanzet/overlap in het centrum.
Ook hier geldt: het exacte aantal steken is niet opgegeven. Maak het midden zó groot dat het de “voet” van de bloemblaadjes netjes afdekt, maar niet zo groot dat het over de rode blaadjes heen valt.
Deel 4 – Samenstellen: bloemblaadjes overlappen en vastnaaien
Nu maak je van losse onderdelen één klaproos.
Stap 1: Bloemblaadjes positioneren
- Leg je rode bloemblaadjes in een cirkel op tafel.
- Laat elk blaadje een klein stukje over het volgende blaadje heen vallen (overlap).
- Speel met de overlap tot je tevreden bent:
- Meer overlap = bloem compacter en “geslotener”.
- Minder overlap =

