Zon en Maan Wanddecoratie Haken – Boheemse Muurdecoratie

September 7, 2026

Deze boheemse wandhanger met zon en maan is een heerlijk project als je houdt van structuur, rustige vormen en een beetje “statement decor” aan de muur. In dit patroon haak je twee losse motieven (een zon als platte reliëfcirkel en een maan als sikkel) die je daarna onder een houten stok hangt. Wil je eerst even zien welke uitstraling we nastreven, bekijk dan de inspiratie van de zon- en maanwanddecoratie en lees daarna verder voor de complete uitwerking.

Moeilijkheidsgraad

Gevorderde beginner. Je haakt vooral vasten in het rond en doet regelmatige meerderingen, maar je voegt ook reliëf/structuur toe en je vormt de maan door een deel van de cirkel in heen-en-weer toeren te haken. Met steekmarkeerders en rustig tellen is dit heel goed te doen. You may also find Bladerkrans Wanddecoratie Haken Kleurrijke Herfstkrans useful.

Materialen

  • DK garen in goudgeel (zon)
  • DK garen in crème (maan)
  • 4 mm haaknaald
  • Houten stok (als hanger)
  • Koord voor ophanging (en korte koordjes om de vormen aan de stok te hangen)
  • Stopnaald (voor afhechten en monteren)

Afkortingen

  • l – losse
  • hv – halve vaste
  • v – vaste
  • stk – steek/steken

Speciale steken

Getextureerde vaste (structuurvaste)

In de basis blijft het een vaste, maar je haakt ‘m zo dat er meer reliëf ontstaat. Omdat “getextureerde vasten” op meerdere manieren kan, kies je één methode en blijf je die consequent gebruiken.

Optie A (aanbevolen, eenvoudig): vaste in de achterste lus (AL)
Steek je haaknaald alleen onder de achterste lus van de steek (de lus die het verst van je af ligt), haal een lus op, omslaan en door 2 lussen.

Optie B (meer reliëf): vaste in reliëf rond de steek van de vorige toer
Steek je haaknaald niet door de bovenlussen, maar onder/om het “pootje” van de vaste uit de vorige toer, haal een lus op, omslaan en door 2 lussen. Dit geeft een duidelijker rib/structuur, maar vraagt wat meer controle.

Kies één optie en gebruik die in de zon bij de “structuurtoer(en)”.

Proeflapje

Er is geen proeflapje opgegeven en de exacte maat is niet kritisch. Belangrijker is een gelijkmatige spanning, zodat je cirkels plat blijven en niet gaan golven of komvormig worden.

Afmetingen

Er is geen vaste eindmaat opgegeven. Je bepaalt de grootte zelf door:

  • de zon meer of minder toeren te geven (met regelmatige meerderingen), tot de gewenste diameter;
  • de maan op te bouwen tot de gewenste cirkelgrootte en daarna de sikkelvorm uit te werken.

Patroonnotities

  • Je haakt de zon in gesloten toeren in het rond (spiraal of met sluiten; hieronder leg ik beide opties uit).
  • De maan start als cirkel in het rond, maar de sikkel ontstaat doordat je een deel van de cirkel overslaat en vervolgens heen en weer haakt (keren).
  • Gebruik bij voorkeur een steekmarkeerder om het begin van de toer aan te geven, zeker als je in spiraal haakt.
  • Meerderen doe je door 2 vasten in dezelfde steek te haken.
  • Wanneer je merkt dat je cirkel gaat golven: minder vaak meerderen. Wanneer hij komvormig wordt: vaker meerderen of een toer zonder structuur (gewone vasten) toevoegen.

Haakinstructies

Deel 1 – De zon (platte cirkel met reliëf)

Doel: een platte cirkel in goudgeel, met minimaal één toer structuur (getextureerde vasten) en verder vasten met regelmatige meerderingen tot je gewenste diameter.

Start: magische ring

  1. Maak een magische ring.
  2. Haak vasten in de ring totdat het midden mooi sluit.
    • Trek aan het draadje van de magische ring zodat het gat dichttrekt.
    • Sluitoptie:
      • Spiraal: je sluit niet met hv; je plaatst een markeerder in de eerste steek en verplaatst die elke toer.
      • Gesloten toer: sluit elke toer met 1 hv in de eerste v en start de volgende toer direct (bij vasten hoef je geen keerlosse die als steek telt).

Het patroon geeft geen exact aantal beginsteken. Kies een aantal dat voor jou prettig is en noteer het, zodat je consistent kunt tellen.

Toer 1 (basisvasten in de ring)

  • Haak vasten in de magische ring tot je een nette, gesloten kern hebt.
  • Trek de ring strak dicht.
    Visueel: een klein, stevig cirkeltje zonder gat in het midden.

Toer 2 (meerdertoer: 2 v in elke steek)

  • Haak in elke steek van toer 1: 2 v in dezelfde steek.
  • Werk zo helemaal rond.
  • Sluit of markeer het toereinde (afhankelijk van je methode).
    Visueel: je cirkel wordt duidelijk groter en blijft nog plat.

Heb je toer 1 niet exact geteld? Dan is toer 2 eenvoudig: je verdubbelt het aantal steken door in iedere steek 2 vasten te maken.

Toer 3 (structuurtoer: getextureerde vasten)

  • Haak rondom 1 getextureerde vaste in elke steek (zie “Speciale steken”, optie A of B).
  • Geen extra meerderingen in deze toer, tenzij je merkt dat je werk begint te trekken.
    Visueel: je ziet nu een subtiel (of duidelijk) reliëf in de cirkel.

Volgende toeren (vasten in reliëf + regelmatige meerderingen)

Vanaf hier bouw je de zon verder op door:

  • toeren met vasten in reliëf/structuur (of afwisselend structuur en gewone vasten), en
  • regelmatig te meerderen zodat de cirkel plat blijft.

Omdat het bronmateriaal geen vaste meerderformule of steekverdeling geeft, werk je met dit betrouwbare principe:

  • Toer met meerderingen: verdeel je meerderingen gelijkmatig over de toer. Je maakt dan op vaste punten 2 v in dezelfde steek, en in de overige steken 1 v.
  • Toer zonder meerderingen: haak 1 v (eventueel getextureerd) in elke steek.

Zo pak je het praktisch aan (zonder aantallen te verzinnen):

  1. Leg je werk plat na elke toer.
  2. Blijft het mooi plat? Dan ga je door met hetzelfde ritme.
  3. Krult het omhoog (komvorm)? Voeg in de volgende toer extra meerderingen toe (dus vaker 2 v in 1 steek).
  4. Gaat het golven? Haak de volgende toer zonder (of met minder) meerderingen.

Visuele controle: een zon-cirkel hoort plat op tafel te liggen, met een gelijkmatige rand.

Laatste toer (netjes afwerken met vasten)

  • Haak één volledige toer gewone vasten (dus niet per se getextureerd) om de rand strak en egaal te maken.
  • Hecht af: knip de draad met een staart en trek door de laatste lus.
    Visueel: je rand oogt gelijkmatig en niet te “bobbelig”.

Deel 2 – De maan (halve maan / sikkel door vorm “aftrekken”)

Doel: een crème cirkel opbouwen en daarna een binnenboog creëren door een sectie te markeren en heen-en-weer te haken, zodat er een sikkelvorm ontstaat.

Start: magische ring en cirkel opbouwen

Toer 1
  • Maak een magische ring.
  • Haak vasten in de ring tot deze mooi sluit. Trek de ring dicht.
    Visueel: een klein, dicht cirkeltje.
Volgende toeren (regelmatige meerderingen tot gewenste grootte)
  • Bouw de cirkel op met toeren waarin je regelmatig meerdert: dus verspreid 2 v in dezelfde steek gelijkmatig over de toer, met daartussen gewone vasten.
  • Ga door tot de cirkel de gewenste grootte heeft voor jouw wandhanger.

Tip: maak de maan iets kleiner dan de zon voor een mooie balans aan de stok, maar dit is smaak en niet verplicht.

Sikkelvorm maken: binnenboog markeren en keren

Nu ga je “aftrekken”: je haakt een deel van de cirkel niet meer mee om de holle binnenkant te vormen.

Stap 1: markeer de boog-sectie (holle binnenzijde)
  • Leg de cirkel voor je neer.
  • Bepaal welke boog straks de binnenkant van de sikkel wordt (de

Gerelateerde berichten

Leave a Comment