Een stevig gehaakt mandje is zo’n project waar je elke dag plezier van hebt: op de commode, in de badkamer of als “alles-bij-elkaar”-bakje in de woonkamer. In dit patroon haak je een ronde bodem, werk je rechte zijkanten omhoog en maak je een gevlochten handvat van drie banden voor extra draagkracht—een techniek die ook mooi terugkomt in andere accessoires zoals een mandje met gevlochten handvat.
Moeilijkheidsgraad
Gevorderde beginner. Je hoeft alleen basissteken (lossen, vasten, halve vasten) te kennen, maar je werkt wel in het rond, houdt je steken tellend netjes bij en maakt/naait een gevlochten handvat stevig vast. You may also find Boho Tas Met Franjes Haken Bohemian Stijl Haken useful.
Materialen
- Jute-kleurig DK/aran garen
- Haaknaald 5 mm
- Stopnaald
Afkortingen
- l – losse
- hv – halve vaste
- v – vaste
- stk – steek/steken
Speciale steken
Magische ring (MR)
- Sla de draad om je vingers zodat er een ring ontstaat met een kruis.
- Steek de haak onder de voorste draad door, pak de achterste draad op en haal een lus op.
- Haak 1 l om de ring “vast te zetten”.
- Haak de aangegeven steken om de ring heen (dus door de ringopening).
- Trek aan het draadstaartje om de ring dicht te schuiven.
Alternatief: een lossenring (zie patroonnotities) als je geen MR wilt gebruiken.
2 vasten in dezelfde steek (toename)
Haak 2x een v in exact dezelfde insteek (dus in dezelfde stk). Dit vergroot je werk.
Proeflapje
Er is geen proeflapje opgegeven. Bij een mandje is exacte stekenverhouding meestal niet kritisch, maar gelijke spanning is belangrijk voor een stevige, gelijkmatige vorm. Haak liever iets strak voor extra body.
Afmetingen
Er zijn geen vaste eindmaten opgegeven. Je bepaalt:
- Diameter: door te stoppen met toenemen in de bodem wanneer je gewenste grootte bereikt.
- Hoogte: door meer (of minder) toeren recht omhoog te haken bij de zijkant.
- Handvatmaat: door de lengte/breedte van de banden aan te passen voordat je vlecht.
Patroonnotities
- Je haakt de mand in het rond.
- Je kunt starten met een magische ring of met een lossenring:
- Lossenring: haak 4–6 l, sluit met 1 hv in de eerste l tot een ring, en haak vervolgens vasten om de ring.
- Sluiten van toeren: waar “sluit” staat, sluit je met 1 hv in de eerste v van de toer.
- Er zijn geen vaste steek-aantallen per toer opgegeven; tel daarom je steken terwijl je werkt, vooral tijdens de toename-toeren.
- Let op bij de overgang van bodem naar zijkant: vanaf dat punt meerderen we niet meer.
Haakinstructies
Deel 1 – Bodem (ronde cirkel)
De bodem wordt een platte cirkel van vasten. Je begint klein en vergroot door toename-steken (2 v in dezelfde stk). Hoe langer je doorgaat met toenemen, hoe groter de diameter.
Start
Kies één van de twee startmethodes:
Optie A: Magische ring
- Maak een MR.
- Haak vasten in de ring tot je een klein, gevuld rondje hebt (genoeg steken zodat het midden mooi dicht kan trekken).
- Trek het draadstaartje aan om het gat te sluiten.
- Sluit de toer met 1 hv in de eerste v van de toer.
Optie B: Lossenring
- Haak een kleine lossenketting en sluit die tot een ring met 1 hv.
- Haak vasten om de ring tot je een klein, gevuld rondje hebt.
- Sluit met 1 hv in de eerste v.
Visuele check: na het sluiten heb je een klein rond “schijfje” zonder duidelijk gat in het midden.
Toer 1 – Vasten rondom
- Begin waar je gesloten hebt: haak vasten rondom het rondje (dus in de steken van je starttoer/om de ring, afhankelijk van je start).
- Verdeel je vasten gelijkmatig zodat de cirkel vlak blijft.
- Sluit de toer met 1 hv in de eerste v.
Visuele check: je cirkel wordt voller en gelijkmatiger; hij hoort nog steeds plat te liggen.
Toer 2 – Bodem vergroten met toenemingen
- Haak toenemingen door 2 v in dezelfde stk te haken.
- Plaats de toename-steken verspreid over de hele toer zodat de cirkel rond blijft.
- Sluit met 1 hv in de eerste v.
Visuele check: de cirkel wordt duidelijk groter. Als de rand golft, heb je waarschijnlijk te veel toenames dicht bij elkaar; als hij omhoog krult als een kom, heb je te weinig toenames.
Verdere toeren (bodem vergroten)
Herhaal het principe van Toer 2: blijf toeren haken waarin je de bodem vergroot door af en toe 2 v in dezelfde steek te maken, totdat je de gewenste diameter hebt bereikt.
Zo houd je het gecontroleerd (zonder vaste tellingen te verzinnen):
- Tel aan het einde van elke toer je totaal aantal steken.
- In de volgende toer voeg je weer verspreid toename-steken toe.
- Streef naar een cirkel die plat ligt: dat is je beste indicator dat het aantal toenames klopt voor jouw garen/spanning.
Stop met toenemen zodra je bodem de diameter heeft die jij wilt voor jouw mand.
Deel 2 – Zijkant (recht omhoog)
Nu ga je hoogte opbouwen zonder te meerderen.
Eerste zijkanttoer – Start van de wand
- Haak 1 v in elke steek van de laatste bodemtoer.
- Maak geen toenames.
- Sluit met 1 hv in de eerste v van de toer (als je ervoor kiest om in gesloten toeren te werken).
Visuele check: na deze toer begint de rand subtiel omhoog te komen; je ziet het verschil tussen bodem en wand.
Volgende zijkanttoeren – Hoogte opbouwen
- Haak in elke nieuwe toer opnieuw: 1 v in elke steek, rondom.
- Blijf dit herhalen tot je de gewenste hoogte hebt.
Tips tijdens het omhoog haken:
- Gebruik eventueel een steekmarkeerder in de eerste steek van de toer, zodat je het beginpunt niet kwijtraakt.
- Controleer regelmatig of je per toer hetzelfde aantal steken houdt (geen per ongeluk gemiste of extra steken).
Deel 3 – Handvat (3 banden maken en vlechten)
Het handvat bestaat uit drie gelijke banden die je daarna invlecht voor stevigheid en een mooi, dik effect.
Band 1 – Basis lossenketting en terughaken
- Haak een lossenketting op lengte.
- Deze lengte bepaalt hoe hoog/ruim je handvat straks wordt.
- Steek je haak in de 2e losse vanaf de haak.
- Haak 1 v in elke losse tot het einde van de ketting.
- Keer je werk (je gaat in rijen werken).
Visuele check: je hebt nu één rij vasten over de hele ketting.
Band 1 – Breedte opbouwen
- Haak 1 l als keerlosse (dit helpt je draaien); haak daarna verder met vasten.
- Haak 1 v in elke steek van de vorige rij.
- Keer aan het eind weer om.
- Herhaal deze rijen tot de band de gewenste breedte heeft.
Let op: het patroon geeft geen exact aantal rijen; maak de band breed genoeg om stevig te zijn, maar nog flexibel om te vlechten.
Hecht af en laat een draad over om later mee te kunnen naaien (of gebruik later nieuw draad met de stopnaald).
Band 2 en Band 3
Maak nog 2 identieke banden op precies dezelfde manier:
- dezelfde beginlengte (lossenketting)
- dezelfde breedte (aantal rijen)
Leg de banden naast elkaar om te controleren of ze echt gelijk zijn; dat vlecht straks netter.
Vlechten
- Leg de drie banden naast elkaar, met de bovenkanten gelijk.
- Zet ze eventueel tijdelijk vast met een paar spelden of een knijpertje.
- Vlecht zoals een gewone 3-strengsvlecht:
- leg de rechter band over de middelste,
- leg de linker band over de nieuwe middelste,
- herhaal tot het einde.
- Zorg dat je vlecht stevig maar niet strak wordt, anders trekt het handvat krom.
Visuele check: je krijgt een dikker, rond-achtig handvat met een duidelijke vlechtstructuur.
Deel 4 – Bevestigen (handvat aan de mand naaien)
Een stevig mandje valt of

