Cirkelmotief Deken Haken – Zachte Ronde Vormen

September 7, 2026 Cirkelmotief deken met zachte ronde vormen, perfect voor haken.

Zachte, ronde cirkelmotieven geven een deken meteen een rustige, moderne uitstraling—zeker in saliegroen, crème en oudroze. In deze tutorial haak je één motief van een dicht, stevig midden met textuur en bouw je dat op met gelijkmatige meerderingen tot een mooie platte cirkel, waarna je meerdere motieven samenvoegt tot een raster; als je graag eerst een korte sfeerimpressie of variatie ziet, bekijk dan ook het bijpassende projectoverzicht van de cirkelmotief-deken met zachte ronde vormen.

Moeilijkheidsgraad

Gevorderde beginner. Je haakt in gesloten toeren en moet tellen en regelmatig meerderen om het motief vlak te houden. De popcornsteek vraagt net wat handigheid, maar is stap voor stap goed te doen.

Materialen

  • DK garen in saliegroen, crème en oudroze
  • 4,5 mm haaknaald
  • Stopnaald

Afkortingen

  • l – losse
  • hv – halve vaste
  • v – vaste
  • stk – steek/steken

Speciale steken

Popcornsteek (met vasten als basis)

Er bestaan meerdere popcornvarianten; omdat in dit patroon vanuit een dicht rondje met vasten wordt gewerkt, is dit een popcorn van 5 vasten het meest logisch en stevig.

Zo haak je 1 popcorn:

  1. Haak 5 v in dezelfde steek (dus: 5 keer insteken in dezelfde steek, omslaan en doorhalen, omslaan en door beide lussen).
  2. Trek de lus op je haaknaald iets langer zodat je ruimte hebt.
  3. Haal je haaknaald uit de lus, steek de haaknaald van voor naar achter in de 1e van die 5 vasten.
  4. Pak de lange lus weer op en trek die door die 1e vaste: de “popcorn” klapt naar voren.
  5. Zet vast met 1 l (vergrendellosse), zodat de popcorn niet loskomt en je weer prettig verder haakt.

Visuele check: de popcorns liggen als kleine bobbeltjes aan de goede kant van het werk. Werk je te los, dan worden ze slapper; werk je gelijkmatig, dan komen ze mooi naar voren.

Proeflapje

Er is geen proeflapje opgegeven. Omdat je motieven later aan elkaar zet, is het vooral belangrijk dat alle motieven dezelfde spanning hebben. Haak bij voorkeur eerst 1 proefmotief en noteer welke haakhand je prettig vindt en hoe strak je aantrekt.

Afmetingen

Er is geen vaste eindmaat gegeven. Je bepaalt de grootte op twee manieren:

  1. Motiefgrootte: je haakt meer toenemende rondes tot elk cirkelmotief de gewenste diameter heeft.
  2. Dekenformaat: je maakt meer of minder motieven en voegt ze samen tot een groter of kleiner raster.

Patroonnotities

  • Elk motief wordt in gesloten toeren gehaakt: je sluit elke toer met een hv in de eerste steek van de toer.
  • Je begint met een magische ring en haakt eerst een dicht midden met vasten.
  • Daarna voeg je textuur toe met popcornsteken, die je gelijkmatig verdeelt over de toer.
  • Vervolgens haak je meerdere toenemende vastenrondes: je voegt regelmatig meerderingen toe (2 vasten in één steek) zodat de cirkel plat blijft.
  • Tot slot haak je een rusttoer (zonder meerderingen) om het motief netjes af te werken.
  • Draadjes werk je weg met een stopnaald.
  • De motieven worden plat gelegd en vervolgens samengevoegd tot een raster (grid). De exacte verbindingsmethode staat hieronder beschreven als een praktische, herhaalbare werkwijze zonder dat er een specifieke steekverhouding nodig is.

Haakinstructies

Deel 1 – Het cirkelmotief (maak er meerdere)

Toer 1 – Dicht midden (magische ring + vasten)

  1. Maak een magische ring.
  2. Haak vasten om de ring heen totdat je een dicht rondje hebt.
    • Steek steeds in de ring (dus niet in een losse), haal de draad op, omslaan en door beide lussen: 1 v.
    • Schuif de vasten tegen elkaar aan zodat er geen gat zichtbaar blijft.
  3. Trek aan het losse eind om de ring strak te sluiten.
  4. Sluit de toer met 1 hv in de eerste vaste van de toer.

Stekentelling: niet gespecificeerd; dit hangt af van hoe “dicht” jij het midden wilt en hoe dik je garen valt.
Visuele check: je hebt een compact rond schijfje zonder zichtbaar middengat.

Toer 2 – Getextureerd midden met popcorns (gelijkmatig verdelen)

In deze toer breng je structuur aan. Omdat er geen exact aantal popcorns is opgegeven, werk je met een verdeling die past bij jouw aantal steken uit toer 1.

  1. Hecht (als je wilt wisselen van kleur) aan met de nieuwe kleur door de draad door de lus op je haaknaald te halen bij het sluiten van toer 1, of start toer 2 direct in dezelfde kleur.
  2. Haak 1 l om de toer te starten (deze telt niet als steek).
  3. Werk popcorns gelijkmatig verdeeld:
    • Kies een ritme dat uitkomt, bijvoorbeeld: 1 popcorn in een steek, sla 1 of meer steken over met “gewone” vasten ertussen, zodat de popcorns niet op elkaar gepropt zitten.
    • Praktisch houvast: haak tussen popcorns steeds 1–3 v (afhankelijk van hoeveel steken je in toer 1 hebt). Zo blijven de popcorns netjes gespreid.
  4. Blijf rondgaan: telkens waar een popcorn komt, maak je de popcornsteek zoals hierboven uitgelegd; in de overige steken haak je 1 v.
  5. Sluit met 1 hv in de eerste steek van de toer.

Stekentelling: niet vastgelegd (afhankelijk van jouw verdeling).
Visuele check: je ziet een ring van bobbeltjes (popcorns) die ongeveer gelijkmatig rondom het midden liggen, zonder dat de cirkel trekt of golft.

Tip: vind je het verdelen lastig? Leg je werk plat en markeer (met restdraadjes) grofweg 4 “kwadranten”. Probeer in elk kwart ongeveer evenveel popcorns te plaatsen.

Toer 3 – Eerste toenemende vastenronde

Nu ga je de cirkel laten groeien. Het belangrijkste principe: regelmatig meerderen zodat het werk plat blijft.

  1. Haak 1 l (telt niet als steek).
  2. Haak vasten in het rond en plaats regelmatig een meerdering:
    • Een meerdering is: 2 v in dezelfde steek.
    • Tussen meerderingen haak je telkens een aantal gewone vasten (1 v per steek).
  3. Controleer tijdens het haken steeds even door het motief neer te leggen:
    • Krult het op (komvormig)? Dan meerder je te weinig → voeg wat vaker een meerdering toe.
    • Golvende rand (ruffle)? Dan meerder je te veel → laat meerderingen iets verder uit elkaar vallen.
  4. Sluit met 1 hv in de eerste vaste van de toer.

Stekentelling: niet opgegeven; varieert door je startomvang en hoe vaak je meerdert.
Visuele check: de cirkel wordt duidelijk groter en blijft grotendeels vlak als je hem neerlegt.

Toer 4 en verder – Toenemende rondes herhalen tot gewenste grootte

Je herhaalt het principe van toer 3, maar je houdt de meerderingen mooi verdeeld zodat de cirkel netjes rond en plat blijft.

Algemene werkwijze per nieuwe toer:

  1. Start elke toer met 1 l (telt niet als steek).
  2. Haak in elke steek 1 v, behalve op de plekken waar je een meerdering plaatst.
  3. Verdeel de meerderingen over de hele omtrek (niet allemaal boven elkaar), bijvoorbeeld door ze per toer een beetje te “verschuiven”.
  4. Sluit elke toer met 1 hv in de eerste steek.

Hoe weet je dat je goed zit?

  • Leg na elke toer het motief plat op tafel.
  • De rand moet een mooie cirkel vormen zonder bobbels of golven.
  • Voel je spanning: als je hand strakker wordt, kan je cirkel gaan trekken; probeer consequent te blijven.

Wil je naast cirkelmotieven ook eens een heel andere look proberen (met duidelijke lijnen in plaats van rondingen), dan is een gestreepte woondeken met een tijdloos patroon</a

Gerelateerde berichten

Leave a Comment