Een boho tas met franjes is zo’n project dat er meteen “af” uitziet, ook als je het met basissteken haakt. In dit patroon bouw je de tas op uit een ovale bodem, rechte zijkanten in vasten, een stevige schouderband en als finishing touch speelse franjes. Wil je later nog eens rustig teruglezen wat je precies gaat maken en hoe de bohemian look wordt opgebouwd, bewaar dan ook de pagina met het boho-taspatroon met franjes bij je favorieten.
Moeilijkheidsgraad
Gevorderde beginner. Je haakt vooral vasten in het rond en werkt met meerderingen om een ovaal te vormen. Het “lastige” zit vooral in netjes tellen (zodat je bodem mooi symmetrisch blijft), gelijkmatig in het rond haken, en het stevig bevestigen van band en franjes. You may also find Corner To Corner Kussen Haken Moderne Pixel Stijl useful.
Materialen
- Terracotta DK/aran garen
- Crème DK/aran garen
- Haaknaald 4,5 mm
- Stopnaald
Afkortingen
- l – losse
- hv – halve vaste
- v – vaste
- stk – steek/steken
Speciale steken
Er worden geen speciale steken gebruikt; je werkt met lossen, vasten en halve vasten (om toeren netjes te sluiten wanneer je daarvoor kiest).
Proeflapje
Er is geen stekenverhouding opgegeven. Voor een tas is stevigheid belangrijker dan exacte maat: haak liever iets strakker dan je normaal doet, zodat de tas niet te slap wordt. Als je erg los haakt, kan een kleinere naald helpen (maar dat is niet voorgeschreven).
Afmetingen
Er zijn geen exacte eindmaten opgegeven. Je bepaalt de grootte vooral met:
- de lengte van je beginlosseketting (maakt de bodem langer/korter);
- het aantal toeren dat je rond de ketting haakt (maakt de bodem groter);
- het aantal toeren zijkant in vasten (maakt de tas hoger).
Patroonnotities
- De tas bestaat uit vier onderdelen:
- ovale bodem, 2) zijkanten in vasten, 3) schouderband, 4) franjes.
- De bodem haak je in het rond om een losseketting heen. Aan beide uiteinden van die ketting haak je meerderingen om een nette ovaal te krijgen.
- Daarna haak je de zijkanten in vasten zonder te meerderen. Doordat je niet meerdert, gaat het werk omhoog en vormt het vanzelf een tas.
- De schouderband maak je door een losseketting te haken en daarop rijen vasten te haken tot de band stevig en lang genoeg is.
- Je bevestigt de band met een stopnaald (stevig aannaaien).
- Kleurgebruik: je hebt terracotta en crème. Je kunt één kleur voor de hele tas gebruiken of wisselen per onderdeel; het patroon schrijft geen vaste kleurvolgorde voor.
Haakinstructies
Let op: omdat er geen exacte aantallen (startlossen, toeren, steektotalen) zijn meegegeven, zijn onderstaande stappen volledig technisch uitgewerkt qua werkwijze, met duidelijke controlepunten. Jij kiest de aantallen op basis van de gewenste tasmaat.
Deel 1 – Ovale bodem (in het rond om een losseketting)
Doel: een vlakke ovaal die niet bolt (te veel steken) en niet trekt (te weinig steken).
Start: losseketting maken
- Haak een losseketting op de gewenste lengte van de tasbodem.
- Haak nog 1 extra losse als keerlosse (die helpt om netjes in de eerste steek te kunnen beginnen).
- Markeer (als je hebt) eventueel de eerste steek van je ronde met een draadje, zodat je beginpunt herkenbaar blijft.
Visuele check: je ketting bepaalt straks de “lange” zijde van de ovaal.
Toer 1: rondom de ketting haken en de uiteinden vormen
Je haakt eerst langs één kant van de ketting, maakt aan het uiteinde meerdere vasten in één steek om de bocht te maken, haakt terug langs de andere kant van de ketting, en maakt aan het andere uiteinde weer meerdere vasten in één steek.
- Steek je haaknaald in de 2e losse vanaf de naald.
- Haak vasten in elke losse, één vaste per losse, tot je bij de laatste losse van de ketting bent.
- In die laatste losse haak je een meerdering voor de bocht: haak meerdere vasten in dezelfde losse zodat je netjes kunt “omdraaien” naar de andere kant van de ketting.
- Hoeveel? Zoveel als nodig is om een ronde bocht te krijgen zonder dat het trekt. (Bij een ovaal is dit altijd een cluster van vasten in één eindsteek.)
- Nu haak je verder langs de onderkant van de ketting (de “andere kant” van dezelfde lossen): haak in de vrije lussen van de lossenketting weer 1 vaste per losse terug richting het begin.
- In de losse waar je in stap 1 begon (het andere uiteinde) haak je opnieuw een meerdering voor de bocht: meerdere vasten in dezelfde losse.
- Sluit de toer:
- Als je met gesloten toeren wilt werken: sluit met 1 hv in de 1e vaste van de toer.
- Als je met doorlopende toeren wilt werken: ga direct door en gebruik een markeerpunt.
Visuele check: na toer 1 zie je een duidelijke ovaal: twee rechte zijkanten (langs de ketting) en twee afgeronde uiteinden (door je meerderingen).
Toer 2 en verder: de ovaal groter maken met meerderingen op de bochten
In elke volgende toer werk je:
- langs de rechte stukken: 1 vaste in elke vaste (geen meerderingen);
- op de bochten: meerderingen verdelen over de steken van de bocht, zodat de ovaal vlak blijft.
Werkwijze per toer (algemeen, zonder vaste aantallen):
- Begin van de toer:
- Gesloten toer: haak 1 losse (telt niet als steek) en haak dan 1 vaste in dezelfde steek als waarin je gesloten hebt.
- Doorlopende toer: haak direct 1 vaste in de volgende steek.
- Haak 1 vaste in elke steek totdat je bij de eerste bocht komt (het punt waar je in toer 1 meerdere vasten in één steek haakte).
- Op de bocht meerder je door 2 vasten in één steek te haken in meerdere opeenvolgende steken van de bocht, totdat de bocht mooi rond blijft.
- Haak weer 1 vaste in elke steek over het rechte stuk.
- Op de tweede bocht herhaal je hetzelfde: verspreid meerderingen met 2 vasten in één steek over de bocht.
- Sluit of markeer het einde van de toer zoals je gekozen hebt.
Wanneer stop je met de bodem?
- Stop zodra de bodem de breedte en lengte heeft die jij wilt voor je tas.
- De bodem moet vlak liggen. Als hij gaat rimpelen/golven: je hebt te veel gemeerderd op de bochten. Als hij “kommetje” wil worden: te weinig gemeerderd.
Visuele check: een goede bodem ligt plat op tafel en heeft symmetrische bochten.
Deel 2 – Zijkanten (in vasten, zonder te meerderen)
Doel: van een platte ovaal naar een “bakje” en vervolgens een taswand.
Overgangsronde: omhoog haken zonder meerderingen
- Haak 1 vaste in elke steek rondom, zonder te meerderen.
- Je kunt deze ronde eventueel strak haken, zodat de wand mooi overeind komt.
Tip: Sommige hakers vinden het fijn om in deze overgangsronde in één lus te haken (bijv. alleen achterste lus) voor een scherp “vouwrandje”. Dat is niet voorgeschreven, maar als je het prettig vindt geeft het een duidelijkere bodemrand.
Wanden: vaste rondes tot gewenste hoogte
- Haak in het rond steeds 1 vaste in elke vaste.
- Geen meerderingen, geen minderingen. Dit is het punt waarop het werk omhoog gaat en de tasvorm ontstaat.
- Ga door tot de tas de gewenste hoogte heeft.
Visuele check: je werk vormt nu een stevige cilindrische/ovale taswand. Als de tas wijder wordt, ben je waarschijnlijk per ongeluk steken aan het bijmaken (bijv. twee keer in dezelfde steek). Als hij smaller wordt, mis je waarschijnlijk steken.
Deel 3 – Schouderband (losseketting + vasten)
Doel: een stevige band die niet te veel rekt.

