Een bloem-sleutelhanger is zo’n klein haakproject dat je in één zit kunt maken, maar dat toch meteen een vrolijk, handgemaakt cadeau oplevert. Als je graag een extra uitgewerkte versie met foto’s/extra context wilt vergelijken, kijk dan ook eens naar deze bloem sleutelhanger haakbeschrijving en gebruik de tips hieronder om jouw afwerking supernetjes te krijgen.
Moeilijkheidsgraad
Gevorderde beginner. Je werkt in het rond met een magische ring, sluit toeren met een halve vaste en wisselt van kleur. De steken zelf zijn basis (lossen, vasten, halve vasten), maar het netjes plaatsen van gelijke bloemblaadjes vraagt een beetje aandacht. You may also find Uil Sleutelhanger Haken Leuk Herfst Cadeau Idee useful.
Materialen
- DK garen in geel (voor het midden)
- DK garen in lavendel (voor de bloemblaadjes)
- 3 mm haaknaald
- Sleutelhanger-ring met karabijnhaak
- Stopnaald
Afkortingen
- l – losse
- hv – halve vaste
- v – vaste
- stk – steek/steken
Speciale steken
Magische ring
Maak een lus met je garen (kruis het werkende garen over het losse eind), steek je haaknaald onder de lus door, haal het garen op en haak 1 l om de ring “vast te zetten”. Vervolgens haak je de aangegeven steken om de ring heen (dus om beide draden). Trek na afloop aan het losse draadeinde zodat het midden sluit.
Proeflapje
Er is geen proeflapje nodig: dit is een klein accessoire en de exacte stekenverhouding is niet kritisch. Wel belangrijk: haak gelijkmatig en niet te los, zodat de bloem stevig blijft en mooi in vorm is.
Afmetingen
De uiteindelijke afmeting hangt af van je hand van haken en van de lengte van de lossenbogen voor de bloemblaadjes (kort/gemiddeld/lang). Dit patroon is dus makkelijk aan te passen door de bloemblaadjes kleiner of groter te maken.
Patroonnotities
- Je haakt het midden in het rond en sluit de toer met een hv.
- Daarna hecht je de lavendelkleur aan op het gele midden en haak je de bloemblaadjes als lossenbogen, telkens vastgezet met vasten op het midden.
- Het aantal bloemblaadjes is variabel: 6–8.
- De lengte van elk bloemblaadje bepaal je met de boog van lossen: je kunt kiezen voor kort, gemiddeld of lang.
- Werk draden zorgvuldig weg; dat is extra belangrijk bij een sleutelhanger omdat hij veel wrijving krijgt in tas of jaszak.
Haakinstructies
Deel 1 – Geel midden (in het rond)
Toer 1 (middenring)
- Maak met geel een magische ring.
- Haak 6 v om de ring heen:
- Steek je haaknaald door het midden van de ring, haal draad op, haal door 2 lussen op de naald = 1 v.
- Herhaal tot je in totaal 6 v hebt gehaakt die allemaal om de ring liggen.
- Trek aan het losse draadeinde zodat de magische ring strak sluit (er blijft geen gaatje in het midden).
- Sluit de toer met 1 hv in de eerste v van de toer.
Totaal (afleidbaar): 6 v.
Visuele check: je hebt een klein, stevig geel rondje met een gesloten midden.
Tip: Vind je het lastig om de “eerste v” terug te vinden? Plaats bij de allereerste v meteen een steekmarkeerder of een restdraadje.
Deel 2 – Bloemblaadjes in lavendel (6–8 blaadjes)
Kleur aanhechten
- Knip geel nog niet te kort af; laat een draad om straks weg te werken.
- Hecht lavendel aan op het gele midden: kies een insteekpunt tussen twee vasten of in een vaste (wat jij het prettigst vindt), haal de lavendeldraad door en zet vast met een hv of door direct je eerste v te haken (zie hieronder).
- Werk de aanhechtdraad later weg met de stopnaald.
Belangrijk: omdat het midden uit 6 vasten bestaat, is het logisch om (ongeveer) één bloemblaadje per vaste te maken (6 blaadjes), of sommige vasten te gebruiken voor twee aansluitpunten (voor 7–8 blaadjes). Het patroon laat dit bewust vrij: kies wat jij mooi vindt.
Bloemblaadje opbouwen (1e blaadje stap-voor-stap)
Elk bloemblaadje bestaat uit: 1 v aan het midden, dan een boog van lossen, en dan weer 1 v aan het midden om de boog vast te zetten.
- Startpunt: steek je haaknaald in het gele midden (in/door een vaste of een opening tussen vasten, afhankelijk van waar je wilt aanhechten).
- Haak 1 v (dit is het begin-anker van je blaadje).
- Haak nu een boog van lossen in de lucht. Kies één van deze opties:
- Kort blaadje: haak een korte lossenboog (bijv. een paar lossen).
- Gemiddeld blaadje: haak duidelijk meer lossen dan bij kort.
- Lang blaadje: haak nog meer lossen zodat de boog hoger uitkomt.
(De exacte aantallen zijn niet vastgelegd; maak eerst één proefblaadje en bepaal daarna je favoriete lengte.)
- Vastzetten: steek je haaknaald opnieuw in het gele midden (bij voorkeur in de volgende logische plek, zodat de blaadjes gelijkmatig verdeeld worden) en haak 1 v.
- Hiermee “sluit” je de boog en is 1 bloemblaadje gevormd.
Visuele check: je ziet nu één lavendelkleurige lus/boog die als blaadje om het gele rondje ligt, met aan beide kanten een vaste die aan het midden vastzit.
Volgende bloemblaadjes (2e t/m laatste)
Herhaal exact dezelfde opbouw:
- Haak 1 v aan het gele midden om het volgende blaadje te starten.
- Haak je gekozen lossenboog (kort/gemiddeld/lang).
- Haak 1 v aan het gele midden om het blaadje vast te zetten.
Ga zo door tot je 6–8 bloemblaadjes hebt.
Tips voor gelijkmatige blaadjes:
- Tel je lossenboog steeds even na (zeker bij het 2e en 3e blaadje). Zodra je tevreden bent, gebruik je telkens dezelfde booglengte.
- Verdeel de bevestigingspunten rondom: als je 6 blaadjes maakt op 6 vasten, voelt dat vanzelf gelijkmatig. Voor 7–8 blaadjes kun je soms in dezelfde vaste vastzetten of een keer in een tussenruimte werken; kijk vooral of de verdeling mooi rond wordt.
Toer sluiten (lavendel)
Als je het laatste bloemblaadje hebt vastgezet met een v in het midden:
- Sluit de lavendelkleurige toer met 1 hv bij het beginpunt van de lavendeltoer (bij de eerste aanhechting).
- Hecht af: haal de draad door en trek aan.
Visuele check: je bloem heeft een geel hart met daaromheen 6–8 lavendelkleurige lossenbogen als bloemblaadjes, en ligt netjes plat of licht “bol” (afhankelijk van je lossenlengte).
Patroonherhaling
- Midden: magische ring + 6 v, sluiten met hv.
- Per bloemblaadje: 1 v aan midden, lossenboog (kort/gemiddeld/lang), 1 v aan midden.
- Herhaal tot 6–8 blaadjes; sluit met hv bij beginpunt.
Maat aanpassen
- Kleinere bloem: kies een korte lossenboog voor elk blaadje en houd het bij 6 bloemblaadjes.
- Grotere/expressievere bloem: kies een langere lossenboog en/of maak 7–8 bloemblaadjes voor een vollere rand.
- Let op: hoe langer de lossenbogen, hoe groter de kans dat ze blijven haken achter ritsen/sleutels. Voor dagelijks gebruik is “kort tot gemiddeld” vaak het praktischst.
Kleurvariaties
- Zacht en romantisch: crème midden + pastelblaadjes.
- Fris: felgeel midden + turquoise of koraal bloemblaadjes.
- Herfst: oker midden + roest/

